U betaalt roerendezaakbelasting (RZB) voor een ‘roerende’ woonruimte of bedrijfsruimte. Bijvoorbeeld een woonschip met een vaste ligplaats. Het geldt alleen voor een ruimte die ‘duurzaam aan een plaats verbonden is’ en die u permanent gebruikt om te wonen of werken. Voor een recreatievaartuig, dat u maar af en toe gebruikt, gelden andere regels. Het verschil met onroerende zaken is dat roerende zaken verplaatst kunnen worden, ook al liggen ze al heel lang op dezelfde plek.

Hoeveel roerendezaakbelasting betaalt u?

Dat hangt af van de waarde van de woonruimte of bedrijfsruimte. Van roerende zaken wordt de waarde bepaald. Die waarde is de basis voor de roerendezaakbelasting.
Hoeveel roerendezaakbelasting u betaalt, is ook afhankelijk van het tarief. Het tarief is een percentage.
De roerendezaakbelasting rekenen wij uit door dat percentage van de waarde te nemen. Er zijn drie verschillende percentages: één voor eigenaren van een woonruimte, één voor eigenaren van een bedrijfsruimte en één voor de gebruikers van een bedrijfsruimte.
Voor de gebruikersbelasting geldt: peildatum is 1 januari. U betaalt altijd voor het hele jaar. Gaat u in de loop van het jaar een bedrijfsruimte gebruiken, dan krijgt u pas volgend jaar een aanslag.

Bekijk tarieven >

Goed om te weten

Verkoopt u de ‘roerende zaak’ waar u een aanslag voor krijgt? Dan verrekent de notaris in de meeste gevallen de te veel betaalde roerendezaakbelasting met de nieuwe eigenaar. U hebt namelijk op 1 januari een aanslag voor het hele jaar gekregen. Andersom: als u een roerende zaak koopt, betaalt u uw deel van de roerendezaakbelasting voor dat jaar als ‘kosten koper’.